zaterdag 29 februari 2020

Lakken international12


De Franse jolzeiler Nicholas Camphuis stuurde mij een mail: "mijn klassieke jol moet nodig gelakt worden. Graag tips!" Een jol lakken kun je heel goed zelf doen, het is alleen veel werk. Zeker de binnenkant. Alleerst goed schoonmaken, met een ontvetter. Vervolgens droog schuren met wit schuurpapier korrel 180 of 220. Kale plekken met dunne lak voorbehandelen. Als je de onderkant van de jol onderhanden wilt nemen, kun je twee dingen doen: draaien en omgekeerd op twee bokken leggen. Of rechtop op 2 bokken en via de hijsketting de jol een beetje op één kant leggen, zodat je gemakkelijk de onderkant kunt schuren en lakken. De laatste heeft mijn voorkeur. Bijkomend voordeel: geen stof in de lak. Je lakt de jol immers bovenhands.

Een gemakkelijke lak is epifanes bootlak op alkyd basis. Ook bij lage temperaturen eenvoudig te verwerken. De bolle glans doet het altijd goed. Hout is gevoelig voor zonlicht. Donker hout verkleurt op den duur, het wordt daardoor geler. Met een goed UV filter in de lak, vertraag je dit proces. Ook daarom is het belangrijk iedere twee jaar de boot te lakken.
Het nadeel van epifanes is dat het niet krasbestendig is. Lakken op polyurethaan basis zijn harder. Bijvoorbeeld deze van de Ijssel. Wat lastiger te verwerken, maar prima lak als je wat meer ervaring hebt. De laatste tijd gebruik ik ook 2-component lakken. Bijvoorbeeld deze double coat van de ijssel. Botenbouwers gebruiken ook veel 2-component lakken. Bij een renovatie kun je ook kiezen voor een 2-componenten kleurlak: mahonie, teak of eiken.
Maar terug naar Nicholas: eerst maar gewoon Epifanes gebruiken voor je klassieke 12voetsjol c.q. International12. Als je het zelf doet, bespaar je veel geld en het geeft ook veel voldoening. Epifanes is een Nederlands product, maar goed verkrijgbaar in veel landen.
Eerdere publicatie over lakken 12voetsjol, gepubliceerd in 2013 op deze blog.

woensdag 26 februari 2020

zwaard-hals-neerhaler


Blauw is de zwaard-, rood is de neerhaler- en groen is de halstalie. Maar hoe is het allemaal bevestigd en welke blokken en touwtjes heb je nodig. Mark Delany uit Ierland vroeg hiernaar.

De tekening geeft alles schematisch weer. 1-schijfsblokken, 2-schijfsblokken, vioolblokken al dan niet met hondsvot staan aangegeven op de tekening. Een kruisje stelt een knoop, bindsel of splits voor. Voor het touwwerk kun je het beste 5mm dyneema kopen, het loopt gemakkelijk in de blokken en rekt niet. Voor de zwaardtalie zou ik 7mm nemen, polyester of nylon touw rekt wel iets, maar is voldoende. Neerhaler en hals moeten na de curryklem lekker in de hand liggen. Zacht en dik touw is het beste, veel grip dus. Een dikte van 12mm is prima. Verschillende kleuren is ook handig, zo vergis je je nooit.

De grote truc: het derde handje. Met behulp van deze vertraging krijg je 50% reductie.
In dit foto album zie je alle blokken van mijn jol NED824. De NED888 is op dezelfde manier ingericht.

vrijdag 21 februari 2020

Roeiriemen


Het voordeel van roeiriemen is, dat je met bladstil weer, altijd weer als eerste op het terras zit. Ze zijn niet verplicht, maar horen m.i. nu eenmaal bij een 12voetsjol c.q International 12foot dinghy. Een roeiriem is 1,4kg, roeidol 0,2 en een peddel 0,9. Die 5 kilo in totaal extra, maakt echt het verschil niet. Vaak naar de sportschool gaan, compenseert veel. Alle 5 keer dat ik Nederlands kampioen mocht worden, was met roeiriemen. Dit jaar een nieuwe leren bekleding aangebracht. Dat is nog best een lastige klus, daarom hier een paar tips. Afstand tussen de gaatjes 9mm. Gaten in het leer aanbrengen met een boortje 2,5mm. Dik bindseldraad gebruiken van 1,5mm. Leer kan heel stug zijn, maar even weken in lauw water helpt echt. Leer om de riem aanbrengen en dan een spleet van 2mm overhouden, is een mooi gezicht. Besteed vooral hier aandacht aan. De lengte van de roeiriemen is iets tussen de 1,95 en 2,10. In dat geval zijn ze nog redelijk gemakkelijk op te bergen. Met het blad naar voren vlak naast de mast, bevalt erg goed. De klassencontroleurs hebben eens tegen mij gezegd, dat een roeiriem geen peddel is. Roeiriemen plus roeidollen zijn optioneel, maar een peddel is verplichte inventaris. Strikt volgens de Nederlandse klassenregels, klopt deze redenering. Alhoewel het natuurlijk wel een beetje flauw is roeiriemen uit te sluiten. Maar regels zijn tegenwoordig regels en dus naast de roeiriemen ook nog maar een houten peddel gemaakt. Geen risico. Let op: de lengte van de houten peddel moet minimaal 80cm zijn. Een plastic geval van 40cm kan een technisch protest opleveren!

Amerikaanse roeidollen zijn rond en gesloten.

zondag 2 februari 2020

Buiswater


Buiswater en een 12voetsjol is geen goede combinatie. Bij hoge golven staat het water binnen de kortste keren boven de vloerdelen. En dan loop je risico's op omslaan. Maar daarnaast is het bepaald niet bevorderlijk voor de snelheid. Wat kun je eraan doen?. Supersuck zelflozers werken ook nog aan de wind. Anderson of Elvstrom zelflozers lozen alleen voor de wind. Sommige jolzeilers hebben vier zelflozers, maar twee supersucks vind ik eigenlijk wel voldoende. Wat nog veel beter is: voorkom dat er zoveel water binnenboord komt. Dat kun je doen, door samen met je bemanning 10 of 20 cm naar achteren te gaan zitten. Dan boet je wel iets in op snelheid, maar dat weegt ruimschoots op tegen de enorme hoeveelheden buiswater in je boot. Het zal snel 40ltr zijn.

De modernistische (Italiaanse) factie van de twaalfvoetsjollenclub ziet een electrische pomp wel zitten. Plus een accu voor de stroomvoorziening. Op een haar na heeft dit voorstel het niet gehaald tijdens de laatste technische vergadering. Een groot nadeel van een pomp: het jaagt iedereen op kosten en past ook niet erg bij het klassieke karakter van een jol. Bovendien is het extra gewicht. En waar moet je het water kwijt: in de zwaardkast of met een slang buitenboord? Voorkomen dat er veel water binnenboord komt is beter, door meer naar achteren te gaan zitten. Het lijkt wat raar, de kop van de jol uit het water, maar is wel effectief.

Wat ook helpt: vaar de jol zo recht mogelijk. Dat valt met een harde wind niet mee. De truc: Zet de neerhaler vrij los, zodat meer twist in het zeil ontstaat. Ook de schoot wat laten vieren helpt. En uiteraard zo ver mogelijk buitenboord hangen.

Advies voor de volgende technische vergadering: aantal zelflozers terug brengen van 4 naar 2. De electrische pomp niet weer op de agenda plaatsen.

Mast bescherming


Een regenpijp van 7 cm is nog altijd de goedkoopste bescherming van de 12voetsjolmast. Maar het is wel een crime de drie stukken netjes aan te brengen. En niet allemaal schots en scheef. Hier een paar tips.
Met een verstekbak en een kapzaag lukt het goed de pijp recht door te zagen. Daarna de pijp op een stuk balk inklemmen en met een mulitool een nette zaagsnede maken. Dat is nog niet voldoende, want na plaatsing moet de zaagsnede overal op gelijke afstand staan: 1,5 tot 2 cm gelakte mast moet nog zichtbaar zijn. De mast is niet overal even dik. Zet de pijp om de mast en zet vervolgens aan 1 kant een potloodstreep, zodat overal dezelfde tussenruimte ontstaat. Met de multitool vervolgens weer een klein strookje eraf zagen. Beetje bijveilen, vooral de hoeken, een paar gaatjes boren voor de spijkertjes of schroefjes en je mast is weer goed beschermd. En ook nog netjes.

met de verstekbak en aan kapzaag recht afzagen

met de multitool, de pijp open zagen. van onderen naar boven. Met de ronde zaag gaat het heel vlot.

de finishing touch. Een smal strookje extra afzagen, zodat de tussenruimte na plaatsing ca. 17mm is. een beetje afhankelijk van de dikte van de mast. als het maar overal gelijk is.