12footnews

International 12 foot dinghy

maandag 20 april 2020

Kees Douze


Kees Douze was een bekende zeiler van de regio Loosdrecht en in 2011 overleden op 71 jarige leeftijd. Deze week moest ik aan hem denken. In 1972 oefenden wij de hele winter door op het Zuidlaardermeer en na afloop was er theorie, gegeven door bekende zeilers. Kees was daar één van, omdat hij olympisch zeilde in de Finnjol. Hij kon boeiend vertellen hoe het op hoog niveau toeging bij de start. Mutje aan mutje lagen de boten te wachten op het startsigaal en dan was de verleiding groot iemand zijn boot te pakken en hard achteruit te duwen. Kees had daar iets op gevonden: een kleine peddel waarmee hij een enorme klap op iemands vingers gaf. Dan leerden ze het wel af. Later is hij in de 12voetsjol gaan zeilen en werd toen vier keer kampioen. Eigenlijk vijf keer maar één keer is hem het kampioenschap ontnomen door het Watersportverbond, vanwege een technisch protest en een conflict over de plaats van de kimlatten. De technische problemen op Alkmaar in 2018 staan niet op zichzelf. Op deze foto uit 2003 deed Kees ook mee aan het NK op de Loosdrechtse plassen. Hij had toen al veel last van de ziekte van Parkinson en kon nauwelijks meer een schoot aantrekken. Vandaar de schoot tussen zijn tanden en ook nog het roer loslaten tijdens de overstag. Toen het harder ging waaien, ging zijn neef mee. Kees hoefde dan alleen nog maar te sturen en dat kon hij als de beste. Totaal werd hij toen vijfde, meende ik. Deze winter heb ik ook een kleine peddel gemaakt. Omdat het volgens de klassenvoorschriften verplicht is, naast de roeiriemen. En daarnaast is een roeiriem ook minder geschikt voor de Kees Douze taktiek. Een peddel is dan handiger. Het komende kampioenschap 2020 zal weer spraakmakend gaan worden, Augustus 2020 op de Langweerder wielen.

Op deze foto uit 2003 lag Dirk Jaap Kooistra mijlenver voor, daarna de auteur in de 824, Hans Nieuwland op 3 en Kees op 4. Dirk Jaap kooistra werd uiteindelijk kampioen dat jaar.
Op wikipedia is Kees Douze ook beschreven.

Het technische protest waardoor Kees Douze het kampioenschap in 1994 werd ontnomen ging over de plaats van de kimkielen. Normaal volgen die het land tussen gang 4 en 5, dus gebogen. (zie klasseregel J.2.25). Maar als je de kimkielen van 1,85m evenwijdig en recht aan de kielbalk laat lopen, is er minder weerstand. En dus snelheidsvoordeel. Tijdens de keuring van de jol door de verbondsmeter is het blijkbaar niet opgemerkt. Over de schuldvraag is mij niets bekend, maar in de Valkenklasse hebben vergelijkbare problemen gespeeld. De kosten van herstel zijn in dat geval door het verbond opgehoest. Kees Douze heeft zijn jol in elk geval laten aanpassen aan de (vernieuwde?) klasseregels c.q de tekeningen. Dat het gepaard ging met enorme ruzies, achterklap en wrok laat zich raden
Een vergelijking met de zwaardkastproblematiek gaat in dit geval niet op. Hout zwelt nu eenmaal door vocht. Tijdens de keuring wordt de zwaardkast netjes gemeten maar daarna ontstaan verschillen. Qua snelheidsverschil gaat een vergelijking ook mank. Een rechte kimkiel van 1,85 en 2cm hoogte levert snelheidswinst op. Een kromme zwaardkast in alle redelijkheid niet. Het wordt een ander verhaal als de zwaardkast bewust kleiner wordt gemaakt door een strook rubber. Dat kan een zeiler worden verweten, omdat het een bewuste handeling is voor een modificatie van de romp na de keuring.
Maar nu we in Nederland steeds meer overgaan richting modern en Italie, is er ook voor de kimkielen nog een alternatief. Gewoon eraf schaven. Hebben de Italianen allang gedaan bij hun AICD jollen. Alles wat de snelheid in de weg zit, rucksichtlos verwijderen. De enige Italiaanse 12voetsjollen met kimkielen staan veilig opgeborgen in het museum: de I1 Pierino en de I2 Lodoletta.
Het zal Kees Douze niet meer uitmaken. Zijn wraak was sowieso zoet: na dit incident werd hij nog drie keer kampioen. Ook met de kimkielen op de juiste plaats.



donderdag 16 april 2020

Dikte gaffel


Colin Blewitt is een Engelse international 12 zeiler en heeft wat problemen zijn jol rechtop te houden met harde wind. Hij zeilt altijd alleen. Zijn er ook tuning mogelijkheden hier iets aan te doen, was zijn vraag. Zeker, je kunt het volgende proberen:
Het zeil via de val wat lager zetten, waardoor het zeilpunt naar beneden gaat. De boot is dan gemakkelijker rechtop te varen. Wel oppassen dat je gaffel niet te ver van de mast komt te staan. Via een extra touwtje om de mast kun je dat voorkomen. Dit heet "het touwtje van Leen" en is toegestaan volgens de Nederlandse regels.
Een ander mogelijkheid is een extra vlak zeil aan te schaffen. Mijn broer Wim heeft dat gedaan en hij kan het heel lang volhouden de boot rechtop te varen. Als de wind wegvalt heb je wel een probleem, vaak heb je dan zo weinig druk door het vlakke zeil dat je behoorlijk inboet op snelheid.
Maar lichamelijk fit zijn helpt ook. Ver buiten boord hangen, komt echter op je spieren aan en de sportschool is dan een uitkomst. Voor Colin is dat een probleem: sinds de lagere school is hij niet meer naar een sportschool geweest. In deze Corona tijd train ik nu elke morgen een half uur thuis. Deze oefeningen van youtube Lucy kreeg ik van Geja. Je wordt er reuze fit van en daarnaast ook veel strakker in het vel. Een aanrader. Zeker voor corpulente jolzeilers.
Wat ook kan is de gaffel dunner maken. Daardoor krijg je meer twist in het zeil, waardoor het zeilpunt ook naar beneden gaat. De theorie over twist is goed beschreven in dit blogartikel. Maar welke dikte voor je gaffel is dan het beste. Ik heb 3 gaffels naast elkaar gezet.
1 een hele dikke gaffel gemaakt door Linthorst,
2 een onderin dikke gaffel en bovenin dunne gaffel gemaakt door Jeroen de Groot. Met deze gaffel ben ik 4 keer kampioen geworden.
3 een superdunne gaffel gemaakt door mijzelf van goedkoop Gamma hout.
De maten van deze 3 gaffels staan beschreven in dit PDF document.
De foto's van dit meetproces staan hier
De maten van de gaffel van Jeroen de Groot(nummer 2) zou ik Colin willen aanraden.

Geja (strak in het vel) en Pieter (ook niet al te dik). Zo vier je in deze corona tijd tegenwoordig je 65e verjaardag...met een bloemetje van je familie op 1,5m afstand, buiten.


zondag 5 april 2020

Corona sailing


Helaas geen Baldeneysee friendshipseries door het Corona virus. Elk nadeel heb zijn voordeel (Johan Cruyff): meer tijd alle uitvindingen van de afgelopen winter nog even te testen. Zie ook de foto's:
Twee Amerikaanse roeidollen (helemaal rond) in twee bijpassende dolpotten (13mm) gekocht bij www.toplicht.de en gemonteerd.
De roeiriemen met het blad naar voren opbergen, dan zit het ook niet in de weg. Met een zeilbandje en een slipsteek even vastzetten. Altijd handig voor het geval je omslaat. Een kleine bijpassende peddel van 500 gram en 1m lengte voor het geval je in de haven snel iets nodig hebt. Allemaal NL proof, ik voldoe immers graag aan alle regels: zowel de Internationale Copenhagen rules als de uitgebreide Nederlandse klassenregels. Let op: het laden van de oorspronkelijke klassenregels (copenhagen rules) is een PDF en duurt nogal lang door alle tekeningen.
De wanten nu vastgemaakt met 3mm flyneema touw en 1,5m lengte. Het is van Dyneema, dus absoluut geen rek. te koop bij www.lijnenspecialist.nl.
De grommer bevestigingsoogjes voor de gaffel moeten vastgelegd worden op 170cm vanaf de onderste zwarte band met een tolerantie van 4cm. Dat biedt mogelijkheden: met een harde wind de gaffel op het bovenste oog bevestigen met een shackle (incl modern bolletje tegen het beschadigen). Met zachte wind de gaffel hoger zetten op het onderste oog. Met de shackle kun je die 8cm snel aanpassen. Met dank aan Bob van der Pol, de geestelijke vader van deze truc. Het scheelt altijd iets in snelheid.
Dit jaar gekozen voor een stijve giek, stijve mast en een gaffel die in het midden de maximale dikte heeft, maar naar boven toe snel dunner wordt. Het vangt de vlagen bovenin goed op, door een betere twist van het zeil. Ik heb hier veel vertrouwen in. Zie ook het prima artikel van Hero Breuning in het jollenbulletin.
Een shackle voor het bevestigen van het leidsel, zorgt ervoor dat je snel van gaffel kunt wisselen als dat nodig is. Shackles zijn te koop bij de lijnenspecialist, maar met wat oefening ook goed zelf te maken.

Een zelfgemaakte shackle van 3mm dyneema voor de onderste en bovenste grommer op de gaffel. Dat mag tegenwoordig: een lijn is toegestaan. In de Copenhagen rules is dit detail niet gespecificeerd, maar de roeiriemen gelukkig wel: je hebt de keuze uit een vlak of een gebogen blad :-)

Kleine peddel en roeiriemen met het blad naar voren.

woensdag 18 maart 2020

Zelflozers


Roberto Geyer uit Brazilië had een vraag: "ik heb een 12voetsjol gebouwd, maar wat is de beste plaats voor de montage van een zelflozer?". Het eerste probleem is welke zelflozer ga je installeren: een Anderson- (links) of een Supersuck zelflozer (rechts). Een Supersuck loost ook bij weinig snelheid, bijvoorbeeld aan de wind. Het nadeel: het is een kwetsbare constructie. Na elke wedstrijden moet je ze schoonmaken en weer insmeren met vaseline. Doe je dat niet, zullen ze na een tijdje muurvast gaan zitten. Een anderson of elvstrom zelflozer is minder kwetsbaar, maar loost alleen halve- en voor de wind.
De tweede vraag van Roberto: waar te monteren? In een 12voetsjol wordt dat meestal onder de middelste bank gedaan. Dat punt is laag, veel water stroomt er automatisch naar toe. Naast de zwaardkast in de tweede gang. Let wel op de bediening: je moet er gemakkelijk bij kunnen komen met je hand en dat kan alleen als je een gat in de boekdelling of vloer maakt.
Anderson zelflozers zijn er in verschillende maten: in mijn jol is de kleinste maat gemonteerd. Iets groter kan geen kwaad, er komt immers altijd veel water in de jol bij hoge golven. Door iets verder naar achteren te gaan zitten met je bemanning, beperk je de hoeveelheid buiswater. De kop van de jol, gaat wat gemakkelijker over de golven heen. Je boet dan wel iets in op snelheid, maar 30 ltr buiswater aan boord is ook niet bevorderlijk voor je resultaat. Zeker niet op het eind van een lang kruisrak.

zondag 1 maart 2020

Aalscholver


Ook dit zie je op het water. Nou ja, in dit geval vanuit het raam van ons huis in Groningen, Reitdiepwijk op 20 meter afstand. Een snoek en een aalscholver, die elkaar op het menu hebben staan. Uiteindelijk ging de aalscholver er met het hoofdgerecht vandoor.

zie hier meer foto's en ook een filmpje van deze bijzondere gebeurtenis.

zaterdag 29 februari 2020

Lakken international12


De Franse jolzeiler Nicholas Camphuis stuurde mij een mail: "mijn klassieke jol moet nodig gelakt worden. Graag tips!" Een jol lakken kun je heel goed zelf doen, het is alleen veel werk. Zeker de binnenkant. Alleerst goed schoonmaken, met een ontvetter. Vervolgens droog schuren met wit schuurpapier korrel 180 of 220. Kale plekken met dunne lak voorbehandelen. Als je de onderkant van de jol onderhanden wilt nemen, kun je twee dingen doen: draaien en omgekeerd op twee bokken leggen. Of rechtop op 2 bokken en via de hijsketting de jol een beetje op één kant leggen, zodat je gemakkelijk de onderkant kunt schuren en lakken. De laatste heeft mijn voorkeur. Bijkomend voordeel: geen stof in de lak. Je lakt de jol immers bovenhands.

Een gemakkelijke lak is epifanes bootlak op alkyd basis. Ook bij lage temperaturen eenvoudig te verwerken. De bolle glans doet het altijd goed. Hout is gevoelig voor zonlicht. Donker hout verkleurt op den duur, het wordt daardoor geler. Met een goed UV filter in de lak, vertraag je dit proces. Ook daarom is het belangrijk iedere twee jaar de boot te lakken.
Het nadeel van epifanes is dat het niet krasbestendig is. Lakken op polyurethaan basis zijn harder. Bijvoorbeeld deze van de Ijssel. Wat lastiger te verwerken, maar prima lak als je wat meer ervaring hebt. De laatste tijd gebruik ik ook 2-component lakken. Bijvoorbeeld deze double coat van de ijssel. Botenbouwers gebruiken ook veel 2-component lakken. Bij een renovatie kun je ook kiezen voor een 2-componenten kleurlak: mahonie, teak of eiken.
Maar terug naar Nicholas: eerst maar gewoon Epifanes gebruiken voor je klassieke 12voetsjol c.q. International12. Als je het zelf doet, bespaar je veel geld en het geeft ook veel voldoening. Epifanes is een Nederlands product, maar goed verkrijgbaar in veel landen.
Eerdere publicatie over lakken 12voetsjol, gepubliceerd in 2013 op deze blog.

woensdag 26 februari 2020

zwaard-hals-neerhaler


Blauw is de zwaard-, rood is de neerhaler- en groen is de halstalie. Maar hoe is het allemaal bevestigd en welke blokken en touwtjes heb je nodig. Mark Delany uit Ierland vroeg hiernaar.

De tekening geeft alles schematisch weer. 1-schijfsblokken, 2-schijfsblokken, vioolblokken al dan niet met hondsvot staan aangegeven op de tekening. Een kruisje stelt een knoop, bindsel of splits voor. Voor het touwwerk kun je het beste 5mm dyneema kopen, het loopt gemakkelijk in de blokken en rekt niet. Voor de zwaardtalie zou ik 7mm nemen, polyester of nylon touw rekt wel iets, maar is voldoende. Neerhaler en hals moeten na de curryklem lekker in de hand liggen. Zacht en dik touw is het beste, veel grip dus. Een dikte van 12mm is prima. Verschillende kleuren is ook handig, zo vergis je je nooit.

De grote truc: het derde handje. Met behulp van deze vertraging krijg je 50% reductie.
In dit foto album zie je alle blokken van mijn jol NED824. De NED888 is op dezelfde manier ingericht.

vrijdag 21 februari 2020

Roeiriemen


Het voordeel van roeiriemen is, dat je met bladstil weer, altijd weer als eerste op het terras zit. Ze zijn niet verplicht, maar horen m.i. nu eenmaal bij een 12voetsjol c.q International 12foot dinghy. Een roeiriem is 1,4kg, roeidol 0,2 en een peddel 0,9. Die 5 kilo in totaal extra, maakt echt het verschil niet. Vaak naar de sportschool gaan, compenseert veel. Alle 5 keer dat ik Nederlands kampioen mocht worden, was met roeiriemen. Dit jaar een nieuwe leren bekleding aangebracht. Dat is nog best een lastige klus, daarom hier een paar tips. Afstand tussen de gaatjes 9mm. Gaten in het leer aanbrengen met een boortje 2,5mm. Dik bindseldraad gebruiken van 1,5mm. Leer kan heel stug zijn, maar even weken in lauw water helpt echt. Leer om de riem aanbrengen en dan een spleet van 2mm overhouden, is een mooi gezicht. Besteed vooral hier aandacht aan. De lengte van de roeiriemen is iets tussen de 1,95 en 2,10. In dat geval zijn ze nog redelijk gemakkelijk op te bergen. Met het blad naar voren vlak naast de mast, bevalt erg goed. De klassencontroleurs hebben eens tegen mij gezegd, dat een roeiriem geen peddel is. Roeiriemen plus roeidollen zijn optioneel, maar een peddel is verplichte inventaris. Strikt volgens de Nederlandse klassenregels, klopt deze redenering. Alhoewel het natuurlijk wel een beetje flauw is roeiriemen uit te sluiten. Maar regels zijn tegenwoordig regels en dus naast de roeiriemen ook nog maar een houten peddel gemaakt. Geen risico. Let op: de lengte van de houten peddel moet minimaal 80cm zijn. Een plastic geval van 40cm kan een technisch protest opleveren!

Amerikaanse roeidollen zijn rond en gesloten.

zondag 2 februari 2020

Buiswater


Buiswater en een 12voetsjol is geen goede combinatie. Bij hoge golven staat het water binnen de kortste keren boven de vloerdelen. En dan loop je risico's op omslaan. Maar daarnaast is het bepaald niet bevorderlijk voor de snelheid. Wat kun je eraan doen?. Supersuck zelflozers werken ook nog aan de wind. Anderson of Elvstrom zelflozers lozen alleen voor de wind. Sommige jolzeilers hebben vier zelflozers, maar twee supersucks vind ik eigenlijk wel voldoende. Wat nog veel beter is: voorkom dat er zoveel water binnenboord komt. Dat kun je doen, door samen met je bemanning 10 of 20 cm naar achteren te gaan zitten. Dan boet je wel iets in op snelheid, maar dat weegt ruimschoots op tegen de enorme hoeveelheden buiswater in je boot. Het zal snel 40ltr zijn.

De modernistische (Italiaanse) factie van de twaalfvoetsjollenclub ziet een electrische pomp wel zitten. Plus een accu voor de stroomvoorziening. Op een haar na heeft dit voorstel het niet gehaald tijdens de laatste technische vergadering. Een groot nadeel van een pomp: het jaagt iedereen op kosten en past ook niet erg bij het klassieke karakter van een jol. Bovendien is het extra gewicht. En waar moet je het water kwijt: in de zwaardkast of met een slang buitenboord? Voorkomen dat er veel water binnenboord komt is beter, door meer naar achteren te gaan zitten. Het lijkt wat raar, de kop van de jol uit het water, maar is wel effectief.

Wat ook helpt: vaar de jol zo recht mogelijk. Dat valt met een harde wind niet mee. De truc: Zet de neerhaler vrij los, zodat meer twist in het zeil ontstaat. Ook de schoot wat laten vieren helpt. En uiteraard zo ver mogelijk buitenboord hangen.

Advies voor de volgende technische vergadering: aantal zelflozers terug brengen van 4 naar 2. De electrische pomp niet weer op de agenda plaatsen.

Mast bescherming


Een regenpijp van 7 cm is nog altijd de goedkoopste bescherming van de 12voetsjolmast. Maar het is wel een crime de drie stukken netjes aan te brengen. En niet allemaal schots en scheef. Hier een paar tips.
Met een verstekbak en een kapzaag lukt het goed de pijp recht door te zagen. Daarna de pijp op een stuk balk inklemmen en met een mulitool een nette zaagsnede maken. Dat is nog niet voldoende, want na plaatsing moet de zaagsnede overal op gelijke afstand staan: 1,5 tot 2 cm gelakte mast moet nog zichtbaar zijn. De mast is niet overal even dik. Zet de pijp om de mast en zet vervolgens aan 1 kant een potloodstreep, zodat overal dezelfde tussenruimte ontstaat. Met de multitool vervolgens weer een klein strookje eraf zagen. Beetje bijveilen, vooral de hoeken, een paar gaatjes boren voor de spijkertjes of schroefjes en je mast is weer goed beschermd. En ook nog netjes.

met de verstekbak en aan kapzaag recht afzagen

met de multitool, de pijp open zagen. van onderen naar boven. Met de ronde zaag gaat het heel vlot.

de finishing touch. Een smal strookje extra afzagen, zodat de tussenruimte na plaatsing ca. 17mm is. een beetje afhankelijk van de dikte van de mast. als het maar overal gelijk is.