12footnews

International 12 foot dinghy
Posts tonen met het label techniek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label techniek. Alle posts tonen

woensdag 18 maart 2020

Zelflozers


Roberto Geyer uit Braziliƫ had een vraag: "ik heb een 12voetsjol gebouwd, maar wat is de beste plaats voor de montage van een zelflozer?". Het eerste probleem is welke zelflozer ga je installeren: een Anderson- (links) of een Supersuck zelflozer (rechts). Een Supersuck loost ook bij weinig snelheid, bijvoorbeeld aan de wind. Het nadeel: het is een kwetsbare constructie. Na elke wedstrijden moet je ze schoonmaken en weer insmeren met vaseline. Doe je dat niet, zullen ze na een tijdje muurvast gaan zitten. Een anderson of elvstrom zelflozer is minder kwetsbaar, maar loost alleen halve- en voor de wind.
De tweede vraag van Roberto: waar te monteren? In een 12voetsjol wordt dat meestal onder de middelste bank gedaan. Dat punt is laag, veel water stroomt er automatisch naar toe. Naast de zwaardkast in de tweede gang. Let wel op de bediening: je moet er gemakkelijk bij kunnen komen met je hand en dat kan alleen als je een gat in de boekdelling of vloer maakt.
Anderson zelflozers zijn er in verschillende maten: in mijn jol is de kleinste maat gemonteerd. Iets groter kan geen kwaad, er komt immers altijd veel water in de jol bij hoge golven. Door iets verder naar achteren te gaan zitten met je bemanning, beperk je de hoeveelheid buiswater. De kop van de jol, gaat wat gemakkelijker over de golven heen. Je boet dan wel iets in op snelheid, maar 30 ltr buiswater aan boord is ook niet bevorderlijk voor je resultaat. Zeker niet op het eind van een lang kruisrak.

vrijdag 21 februari 2020

Roeiriemen


Het voordeel van roeiriemen is, dat je met bladstil weer, altijd weer als eerste op het terras zit. Ze zijn niet verplicht, maar horen m.i. nu eenmaal bij een 12voetsjol c.q International 12foot dinghy. Een roeiriem is 1,4kg, roeidol 0,2 en een peddel 0,9. Die 5 kilo in totaal extra, maakt echt het verschil niet. Vaak naar de sportschool gaan, compenseert veel. Alle 5 keer dat ik Nederlands kampioen mocht worden, was met roeiriemen. Dit jaar een nieuwe leren bekleding aangebracht. Dat is nog best een lastige klus, daarom hier een paar tips. Afstand tussen de gaatjes 9mm. Gaten in het leer aanbrengen met een boortje 2,5mm. Dik bindseldraad gebruiken van 1,5mm. Leer kan heel stug zijn, maar even weken in lauw water helpt echt. Leer om de riem aanbrengen en dan een spleet van 2mm overhouden, is een mooi gezicht. Besteed vooral hier aandacht aan. De lengte van de roeiriemen is iets tussen de 1,95 en 2,10. In dat geval zijn ze nog redelijk gemakkelijk op te bergen. Met het blad naar voren vlak naast de mast, bevalt erg goed. De klassencontroleurs hebben eens tegen mij gezegd, dat een roeiriem geen peddel is. Roeiriemen plus roeidollen zijn optioneel, maar een peddel is verplichte inventaris. Strikt volgens de Nederlandse klassenregels, klopt deze redenering. Alhoewel het natuurlijk wel een beetje flauw is roeiriemen uit te sluiten. Maar regels zijn tegenwoordig regels en dus naast de roeiriemen ook nog maar een houten peddel gemaakt. Geen risico. Let op: de lengte van de houten peddel moet minimaal 80cm zijn. Een plastic geval van 40cm kan een technisch protest opleveren!

Amerikaanse roeidollen zijn rond en gesloten.

zondag 2 februari 2020

Buiswater


Buiswater en een 12voetsjol is geen goede combinatie. Bij hoge golven staat het water binnen de kortste keren boven de vloerdelen. En dan loop je risico's op omslaan. Maar daarnaast is het bepaald niet bevorderlijk voor de snelheid. Wat kun je eraan doen?. Supersuck zelflozers werken ook nog aan de wind. Anderson of Elvstrom zelflozers lozen alleen voor de wind. Sommige jolzeilers hebben vier zelflozers, maar twee supersucks vind ik eigenlijk wel voldoende. Wat nog veel beter is: voorkom dat er zoveel water binnenboord komt. Dat kun je doen, door samen met je bemanning 10 of 20 cm naar achteren te gaan zitten. Dan boet je wel iets in op snelheid, maar dat weegt ruimschoots op tegen de enorme hoeveelheden buiswater in je boot. Het zal snel 40ltr zijn.

De modernistische (Italiaanse) factie van de twaalfvoetsjollenclub ziet een electrische pomp wel zitten. Plus een accu voor de stroomvoorziening. Op een haar na heeft dit voorstel het niet gehaald tijdens de laatste technische vergadering. Een groot nadeel van een pomp: het jaagt iedereen op kosten en past ook niet erg bij het klassieke karakter van een jol. Bovendien is het extra gewicht. En waar moet je het water kwijt: in de zwaardkast of met een slang buitenboord? Voorkomen dat er veel water binnenboord komt is beter, door meer naar achteren te gaan zitten. Het lijkt wat raar, de kop van de jol uit het water, maar is wel effectief.

Wat ook helpt: vaar de jol zo recht mogelijk. Dat valt met een harde wind niet mee. De truc: Zet de neerhaler vrij los, zodat meer twist in het zeil ontstaat. Ook de schoot wat laten vieren helpt. En uiteraard zo ver mogelijk buitenboord hangen.

Advies voor de volgende technische vergadering: aantal zelflozers terug brengen van 4 naar 2. De electrische pomp niet weer op de agenda plaatsen.

Mast bescherming


Een regenpijp van 7 cm is nog altijd de goedkoopste bescherming van de 12voetsjolmast. Maar het is wel een crime de drie stukken netjes aan te brengen. En niet allemaal schots en scheef. Hier een paar tips.
Met een verstekbak en een kapzaag lukt het goed de pijp recht door te zagen. Daarna de pijp op een stuk balk inklemmen en met een mulitool een nette zaagsnede maken. Dat is nog niet voldoende, want na plaatsing moet de zaagsnede overal op gelijke afstand staan: 1,5 tot 2 cm gelakte mast moet nog zichtbaar zijn. De mast is niet overal even dik. Zet de pijp om de mast en zet vervolgens aan 1 kant een potloodstreep, zodat overal dezelfde tussenruimte ontstaat. Met de multitool vervolgens weer een klein strookje eraf zagen. Beetje bijveilen, vooral de hoeken, een paar gaatjes boren voor de spijkertjes of schroefjes en je mast is weer goed beschermd. En ook nog netjes.

met de verstekbak en aan kapzaag recht afzagen

met de multitool, de pijp open zagen. van onderen naar boven. Met de ronde zaag gaat het heel vlot.

de finishing touch. Een smal strookje extra afzagen, zodat de tussenruimte na plaatsing ca. 17mm is. een beetje afhankelijk van de dikte van de mast. als het maar overal gelijk is.

zondag 26 januari 2020

Dun of dik


Op de foto 2 gaffels en 2 gieken. De 2 aan de linkerkant zijn superdik. De twee aan de rechterkant superdun. De meeste jolzeilers gebruiken een giek en een gaffel, die er een beetje tussenin zitten. Maar ik houd van extremen. Wil je voor zeker gaan: kies dan superdik. Dat gaat altijd goed. Vooral met harde wind. Het voordeel van supderdun: zowel giek als gaffel zijn 0,8kg lichter. Bij zachte wind scheelt elke kilo. Maar ook de wind "pakt" wat eerder het zeil, de acceleratie zal iets beter zijn. Voor de wind heeft een dunne giek het voordeel, dat een soort trampoline effect ontstaat. Goed binnen de wind varen, geen druk op het roer en nog een trampoline effect. Succes verzekerd. Bij harde wind zal de dunne gaffel naar opzij buigen. Zit je er met 2 man in, een nadeel: veel minder druk in het zeil. Maar als je alleen vaart, kun je de boot weer langer rechtop varen.
Een dunne giek en gaffel is maar een onderdeel van de vele factoren, die de snelheid beinvloeden. (voor de goede orde: een mm nauwere zwaardkastspleet in het midden hoort daar volgens mij niet bij!!). Nog belangrijker: een goede klap in het kruisrak, maakt echt het verschil. Tijdens de training op het Zuidlaardermeer, 28 maart 2020, zal ook het onderwerp dun-of-dik uitgebreid aan de orde komen. Zie ook training-28-maart.

naschrift1: Hero Breuning vroeg zich af, of het allemaal wel aan de klassenregels voldoet. Voor de goede orde hier alle maten, waar een technisch protest over kan ontstaan.
gaatje in het beslag 6mm
max. lengte giek en gaffel 3660mm
afstand tussen de zwarte banden 3580mm
dikte gaffel: max. 35, 58, 41mm (dit zijn de meetpunten: eind, midden, begin. maar tussen de meetpunten kun je 58mm aanhouden. Dit is de truc)
dikte giek: max. 35, 51, 41mm (eind, midden, begin)
afstand strop van gaffel tot eind: 85mm (denk om evt. kraal). plaats 170mm binnenkant zwarte band plus/min 40mm
afstand tussen de stroppen min. 200mm
toleranties: tussen de 5 - 100mm. 1mm tolerantie, 101 - 500mm. 2mm tolerantie

naschrift2: Fred Knitel maakte mij attent op een fout. Ik had 85mm aangegeven voor de gaffel. Dat moet uiteraard 58mm zijn.

Een experimentele gaffel met een doorsnee van 85mm (zie links op de foto) had ik al gemaakt :-), en is wat aan de dikke kant. Het voldoet formeel natuurlijk ook niet aan de klassevoorschiften.

Fred Heeft ooit een gaffel gemaakt met een dikte van 35mm. Dat was veel te dun. Het liep ook bij zachte wind voor geen meter. Een dunne gaffel veroorzaakt dan te veel twist in het grootzeil. Mijn "dunne" gaffel heeft een doorsnee van 51mm.

naschrift 3. wil je de theorie weten over twist in het grootzeil. Het heeft alles te maken met een dunne gaffel. Zie deze film van sailsupply. Een tip van Hero. Aanrader.


donderdag 24 oktober 2019

De hak van de kielbalk


Veel nieuwe jollen hebben tegenwoordig een rechte hak.


De tekening van de jol is altijd maatgevend


Een Schalk Jol met ronde hak. Zo heurt 't eigenlijk. En wees eerlijk, wel zo klassiek.


Door Pieter Bleeker: op persoonlijke titel

Michiel Woort van het Watersportverbond heeft een vooraankondiging gedaan voor een technische vergadering van meetbriefhouders in november 2019. Gaan we het weer hebben over de zwaardkast...zucht. En dat het heel belangrijk is dat de 30 jol eigenaren die nog geen bezoek hebben gebracht aan een botenbouwer toch echt de zwaardspleet van hun jol dienen te laten uitveilen a 200 euro per stuk. Of een geheel nieuwe zwaardkast a 2000 euro. Ongeveer 10 jol eigenaar hebben dat al laten doen, door persoonlijke druk van een overijverige klassencontroleur van de Twaalfvoetsjollenclub. Hoewel het niet over de uitrusting ging, maar de romp. Blijkbaar vond het watersportverbond dat allemaal geen probleem. Totale kosten ca. 5000 euro. Mij persoonlijk heeft het 800 euro gekost, omdat mijn zwaardspleet van de 824 door vochtwerking totaal niet aan de norm voldeed van 11mm (in droge en natte toestand!!). En of het nu 100% voldoet aan de norm, is ook nog maar de vraag. Afhankelijk welke meetpunten worden gehanteerd en ook daar is discussie over tussen watersportverbond en twaalfvoetsjollenclub.
De volgende technische clash, zal daarom niet lang op zich laten wachten. De hak van de jol. Veel jollen hebben tegenwoordig een rechte hak zie foto. Voor botenbouwers is dat aantrekkelijk, een kwart cirkel maken in de roestvrij stalen strip is lastig. Maar dit gemak is in feite een overtreding, want op de tekening staat duidelijk aangegeven dat een ronde hak is voorgeschreven. En de tekening is altijd maatgevend. Alle (nieuwe) jollen met een rechte (moderne) hak zijn nu kwetsbaar voor een technisch protest, bijv. tijdens het NK op Langweer in 2020. Een aanpassing van de hak kost ongeveer 200 euro.
Het gaat natuurlijk allemaal om niets, want heeft zowel de natuurlijke vernauwing van de zwaardspleet of een rechte hak merkbare invloed op de snelheid? Nee, natuurlijk niet. Hopelijk komt het gezonde verstand bij iedereen terug en gaan we het gewoon weer over gezellige wedstrijden hebben in onze museumboten. En als dat binnen de twaalfvoetsjollenclub niet meer lukt door een inquisitie houding van enkelen, is er gelukkig een alternatief: de international 12 association. De normen van de Copenhagen rules zijn op de traditie gestoeld uit 1913 en kennen, net als vroeger een ruime marge, zodat iedere houtliefhebber binnenboord blijft. Het is de bedoeling van de initiatiefnemer (admiraal Bert Hamminga) vanaf nu nationale klassen organisaties en individuele leden te werven. Internationale meetbrieven zullen t.zt. ook worden uitgereikt, hiervoor is inmiddels een ultra moderne 3D scanner aangeschaft. Het wordt in elk geval weer een spraakmakende winter, voordat het nieuwe seizoen 2020 begint. In de jollen community is altijd wat te doen.


Een Belgische Annemans jol uit 1928. De hak is vernieuwd, maar door van der Meer weer in originele staat gebracht. Zie het gelakte deel.







zondag 7 juli 2019

Het meten van een 12voetsjol



Dit blogartikel is op persoonlijke titel geschreven door Erik van der Meer (jol 674)

Een 12voetsjol moet gebouwd worden volgens de klassenvoorschriften. Dit zorgt ervoor dat er eenheid binnen de klasse is. Om te kunnen wedstrijdzeilen moet de jol een geldige meetbrief hebben. Het verbond heeft meters aangesteld om te beoordelen of de jol (de romp) aan de klassenvoorschriften voldoet.  Wanneer dit het geval is dan krijgt de jol een meetbrief en mag het deelnemen aan zeilwedstrijden. KLasse-controleurs kunnen niet op de stoel gaan zitten van de verbondsmeters. De klasse-controleurs hebben niet de bevoegdheid om metingen aan de romp te verrichten. Die metingen zijn namelijk al verricht door de verbondsmeters en die verstrekken vervolgens een meetbrief. De meetbrief is het bewijs dat jouw jol in orde is en dat je deel mag nemen aan zeilwedstrijden. Wij adviseren mensen die wedstrijden willen zeilen, een jol te kopen met een geldige meetbrief. Deze mensen denken dan terecht dat ze zonder problemen deel kunnen nemen aan zeilwedstrijden. Een 12voetsjol is een houten bootje en door weersinvloeden kunnen soms enkele veranderingen aan de romp ontstaan. Daar kun je als eigenaar helemaal niets aan doen. Je hebt niet aan de jol lopen rommelen. Het zeilen in een 12voetsjol is voor mij en vele anderen een leuke hobby. Ik heb het vertrouwen dat jollenzeilers niet aan hun jol lopen prutsen. Alle metingen aan de romp zouden gedaan moeten worden door de verbondsmeters. De klassecontroleurs hebben geen bevoegdheid om metingen aan de romp te verrichten. Klassecontroleurs kunnen zich dan gaan richten op het controleren van de overige klassenvoorschriften. Hierbij kun je denk aan bijvoorbeeld de veiligheid. Wanneer je vermoedt dat er opzettelijk iets aan de romp is veranderd en de jol hierdoor niet meer aan de klassenvoorschriften voldoet, kun je hier tegen protesteren. Een meter van het verbond moet dan vaststellen of er opzettelijk iets aan de jol is veranderd. Dit kost geen enkele jollenzeiler geld. Zo houden we allemaal geld over voor een lekker hapje en drankje na afloop van de wedstrijd.

dinsdag 7 mei 2019

Paul Koch

Paul Koch is een amateur bouwer, die in zijn garage een 12voetsjol heeft gebouwd met nummer 887. Hij heeft de jol rechtopstaand gebouwd. Zijn foto's geven een mooi voorbeeld hoe zoiets in zijn werk gaat. zie
bouw jol 887

maandag 28 januari 2019

Copenhagen rules


The rules for dinghies participating in the Friendship Series originate in the Notice of Race of the Copenhagen Vintage Yachting Games 2018. They are:

The International 12 will race with wooden clinker built according to the original design, and shaped, rigged and fitted accordingly. Vintage dinghies will generally be accepted, round wood should be solid, sails should be fixed to boom and lug such that no profitable in-race adjustment is possible. There should be no gear for profitable in-race adjustability of the mast foot. On individual cases the acting International 12 class authority shall decide with or without request.

FAQ's

Can Dutch original International 12 Foot Dinghies without a Dutch licence participate?
ANSWER: yes

Can wooden AICD dinghies participate.
ANSWER: no
AICD wooden dinghies are around 25 kilo lighter. Sailors of AICD dinghies are however very welcome and will be offered International 12 Foot Dinghies to hire.

Can plastic dinghies participate?
ANSWER: no
Sailors of plastic dinghies are however very welcome and will be gladly offered International 12 Foot Dinghies to hire.






woensdag 16 januari 2019

Grootzeilval


De grootzeilval maakte ik altijd met een paalsteek vast aan de onderste grommer. Tijdens het zeilen kwam er zoveel spanning op te staan, dat je de knoop bijna niet meer los kon krijgen. Dat probleem is nu voorbij: 6mm d-cup Kmix is een dyneema lijn met een stroeve mantel. Op de traditionele korvijnnagel zal hij goed vast te maken zijn. 12 meter is ruim voldoende. Aan de gaffel wordt een nieuwe truc toegepast, een soft-shackle, dezelfde functie als een metalen sluiting of karabijnhaak. Ze zijn te koop voor 9,50 euro bij de lijnenspecialist, maar zelf maken is ook een optie. Koop een meter kaal dyneema, 3mm dikte wordt aangeraden voor dinghies. 4mm kan eventueel ook, maar is wat overdone. Dyneema is immers net zo sterk als staaldraad. Het splitsen van het oog in de d-cup Kmix grootzeilval was een uitdaging, maar is uiteindelijk gelukt m.b.v. het nodige gereedschap. Zie foto. Met een soft shackle wordt de grootzeilval nu op de onderste grommer bevestigd. En kan op deze manier ook weer gemakkelijk worden los gemaakt. Gemak dient de mens. Vanaf nu.



dinsdag 1 januari 2019

Dyneema grommer


Dyneema is net zo sterk als staaldraad, maar wel gemakkelijker te splitsen. Neem 4 mm kaal dyneema. Bij de lijnenspecialist is het voor 1,99 euro de meter te koop. Klik hier. Beschikbare kleuren: wit, antraciet-grijs, blauw, zilver.
Zie in deze Youtube film hoe een dyneema grommer te maken. Je hebt er sowieso 3 nodig: onderste grommer van de gaffel en 2 voor de giek voor het bevestigen van de blokken.

Kapzeisen


Het schrikbeeld van elke jolzeiler: kapzeizen of omslaan. "Houston, we have a problem". Het is verstandig hierop te anticiperen, het overkomt de beste zeilers weleens. De klasseregels:
2.10.4 Drijfvermogen
Minimaal 120 liter (effectief), opblaasbaar, drijfvermogen. Tenminste 2 maal 40 liter
respectievelijk aan BB en SB zijde voor de middendoft en 10 cm onder het mastdoftniveau. De drijflichamen dienen deugdelijk bevestigd te worden.


Met 120ltr voorkom je dat de jol zinkt, maar je hebt altijd hulp nodig om naar de haven te worden gesleept.
Beter is 230ltr. Hiermee kun je de jol zelfstandig weer leeghozen en verder varen.

Buyoncy bags van crewsaver hebben verschillende keuzemogelijkheden. De luchtzakken met de rode pijl, zijn geschikt voor de jol.
2 keer 45ltr. 122 x 20 cm
2 keer 68ltr. 127 x 25 cm


Maak ze vast met een luchtzak bevestigingsband. Allemaal on-line te koop bij www.Kuipersnautic.nl


gebruik een 10ltr opvouwbare emmer van Talamex. Hier te koop voor 8,95 euro.

zondag 30 december 2018

Grommer gaffel


De klasseregel 2.5.4
Stroppen:
De plaats van de stroppen op de gaffel: bovenste strop: 1700 mm van binnenkant onderste zwarte-band met een tolerantie van 40 mm in beide richtingen. De afstand van de buitenkant van de bovenste strop tot de gaffel is max. 85 mm. De plaats en de lengte van de onderste strop is vrij, behoudens dat de min. afstand van de toppen van stroppen langs de gaffel gemeten 200 mm is.


De gaffel heeft dus twee stroppen of grommers. De grootzeilval gaat door de bovenste grommer om daarna aan de onderste te worden vastgemaakt. Hierdoor kan het zeil worden gehesen. Het materiaal voor de grommers is vrij: een staaldraad met een splits, een dyneema touwtje met knopen, allemaal toegestaan. Maar deze systemen hebben nadelen: een staaldraad kan kapot gaan door slijtage, een touw met knopen kan rekken, zeker als je 40knopen wind voor de kiezen krijgt zoals bij het Nederlands Kampioenschap op het Alkmaardermeer en het opeens 4mm gaat rekken waarna er zo maar 4 strafpunten kunnen volgen (!!)

Misschien is een zeilband nog wel het beste systeem. Het voordeel is dat zeilband zo dun is, dat het niet kapot gaat door het schuren tegen de mast. En ook rek is te verwaarlozen. Een grommer omtrek van 33cm (2 keer 16,5cm), veroorzaakt een afstand van 85mm tot de gaffel. Deze 85mm is verstandig, omdat alle zeilen hierop ontworpen zijn. Op de foto zie je hoe de beide delen van een grommer, gemaakt van 2cm zeilband, met de hand aan elkaar kan worden genaaid.

woensdag 26 december 2018

Nieuwe schoot nodig?

Vroeger zeilden we met katoenen zeilen en katoenen schoten. Die tijd ligt achter ons. Zeilen zijn altijd van dacron, maar voor schoten is de keuze erg groot. De belangrijkste criteria
1 ƩƩn schoot voor zowel harde als zachte wind.
2 weinig gewicht, zodat hij voor de wind bij zachte wind, niet door het water gaat slepen.
3 moet lekker in de hand liggen.
hieronder mijn favorieten

ssr-light. de kern bestaat uit PPM (polypropyleen Polyester mix). De mantel uit dyneema met een gripvezel. Ik gebruik 7mm dikte. in totaal 12m. Het voordeel van deze shoot is dat hij geen water opneemt. Het voelt wel wat hard aan, maar met handschoenen aan geen probleem. Ook niet met windkracht beaufort 7 zoals tijdens het NK op alkmaar. Op de weegschaal 29,5 gr. Op zich niet zo belangrijk, maar met bft 1 voor de wind is het wel aantrekkelijk als de schoot niet constant door het water sleept. Gewicht is dan wel belangrijk: het verschil tussen winnen en verliezen. Het voordeel van deze schoot is dat je er dus met harde en zachte wind mee kunt varen. Geen zenuwachtig gedoe meer, als je vlak voor de start van hardweer- naar zachtweerschoot wilt wisselen. Touwwerk koop ik tegenwoordig bij de lijnenspecialist. Deze schoot kost 3,87 euro per m. een 8mm uitvoering kan wellicht ook, maar is gelijk duurder: 4,75 euro per m. Ook in de Laser klasse wordt deze schoot veel gebruikt, waarbij sommigen zelfs voor de 6mm uitvoering kiezen.
Kopen? klik hier op ssr-light


Deze schoot heb ik van Remy Arnoud gekregen als dank voor het uitlenen van mijn jol 824 tijdens het NK op Alkmaar. 8mm dik en ook weer 12m lang. Zowel de kern als de mantel is van polyester gemaakt. Het gewicht is zelfs nog lager dan de SSR, 28,5gr. Maar in natte toestand aanzienlijk zwaarder. Het voelt wel zachter aan en is bovendien een stuk goedkoper 1,47 euro per m.
Kopen?. Klik hier op p-sheet

zondag 16 december 2018

Measure survey


In de Yachtsman van 12 juni 1913 zijn de oorspronkelijke ontwerpen en regels van de "A" class one design dinghy gepubliceerd. Zie hier.
In Japan is de oorspronkelijke naam "A class dinghy" nog steeds in gebruik. In Nederland is dat 12voetsjol geworden. In Engeland "International 12 foot dinghy" of kortweg "International 12".
Na 105 jaar is de 12voetsjol nog steeds springlevend. Wereldwijd is er veel belangstelling. Liefhebbers van klassiek varend erfgoed kunnen de jol waarderen en willen er ook vaak ƩƩn bouwen.
De vraag die regelmatig gesteld wordt: waar kan ik de tekeningen kopen en wat zijn de klasse regels. Maar ook: moeten buitenlandse jollen persƩ een Dutch license aanvragen om aan internationale wedstrijden mee te doen. Als je de tekeningen en klasse regels wilt aanvragen: Zie tab Built op 12footcwc.org. Er is ook een Engelse vertaling. Duuk Dudok van Heel en Fred Udo hebben deze klus voor hun rekening genomen. Zie hier de Nederlandse klasse regels vertaald in Engels.
Ook interessant: Bert Hamminga en de Ierse jol historicus Vincent Delaney doen archeologisch onderzoek naar het oorspronkelijke ontwerp van de 12voetsjol en kijken ook naar de verschillen met de huidige ontwerpen en class rules. Zie hier de voorlopige resultaten van hun measure survey.

vrijdag 3 augustus 2018

gewicht en snelheid


Een moderne plastic jol weegt 125kg, een moderne houten jol met Italiaanse licentie 145kg. Een klassieke houten jol met een Nederlandse licentie weegt 175 kg. De lichtste NED jol weegt 165kg, de zwaarste 190kg. Het zijn schattingen gebaseerd op diverse journalistieke informatiebronnen, zoals het wetenschappelijke onderzoek van Bert Hamminga (zie foto). Mijn neef Marcel Bleeker stelde een slimme vraag. Hoeveel invloed heeft het gewicht van een jol op de prestaties en kan dat ook wiskundig worden aangetoond m.b.v. een formule. Bijvoorbeeld de SW factor. Goede vraag, geen gemakkelijk antwoord.
In het algemeen: Een laag gewicht geeft minder vormweerstand van de romp. Er is minder waterverplaatsing nodig. Daarnaast komt een lichte jol veel sneller op gang: de acceleratie is beter. Eigenlijk best wel logisch.
Het mooiste zou zijn een formule, waardoor het allemaal wiskundig is uit te rekenen. Met als eindresultaat de winst in meters voorsprong. Dat gaat echter niet lukken, die formule bestaat niet. Althans ik ken hem niet. Door alle gezamenlijke wedstrijden van de afgelopen 10 jaar zijn wel ervaringen ontstaan, die aantonen dat het gewicht zeker van invloed is op het eindresultaat.
Plastic en houten jollen zijn vooral in halve wind en voor de windse rakken sneller dan klassieke houten NED jollen. Op een rak van 2 kilometer loopt dat op tot een 50 - 75 meter. dat lijkt weinig, maar hiermee worden wedstrijden wel beslist. In de kruisrakken komt het veel meer aan op de kwaliteit van de stuurman en was het snelheidsverschil moeilijker waar te nemen.
Mijn goede Italiaanse vriend Giorgio Pizzarello was ooit in het bezit van een fraaie van der Meer NED jol met zowel een ITA als NED licentie. In Italiƫ liet de snelheid te wensen over. Geen probleem: door overal gaten in te boren kon hij uiteindelijk 25kg gewicht besparen. In Nederland verboden, maar in Italiƫ staat innovatie hoog in het vaandel en is veel toegestaan. Maar ook die gewichtsbesparing van 25kg was nog te weinig om partij te bieden aan plastic jollen.
In Italiƫ wordt geen onderscheid gemaakt in plastic en houten jollen, maar houten jollen zitten zelden vooraan. Zeker bij weinig wind hebben ze geen schijn van kans. Een reden kan zijn dat hout water opneemt en plastic niet. Met name via de onbeschemrde binnenkant van de zwaardkast, waardoor snel vervormingen onstaan. Nog steeds een heftig discussiepunt in de Twaalfvoetsjollenclub. Dit inwateren kan snel 10 tot 15kg uitmaken en verklaart veel.
Vooral bij weinig wind is accelaratie belangrijk. Bij ieder vlaagje moet de boot vooruitspringen. Met een zware jol is dat een moeilijk verhaal, zeker als het verschil in gewicht 40-75kg bedraagt.
Nu bestaat er in Nederland ook verschil in gewicht. De bandbreedte is hier zo’n 25kg. Mijn jol de NED824 is zwaar en weegt in totaal 190kg, maar is wel 4 keer Nederlands kampioen geworden. In BelgiĆ« had ik Leen van Willigen aan boord. Samen wogen wij maar liefst 190kg. Een totaalgewicht van jol met bemanning 380kg. Met beaufort 6 waren we echter niet te stoppen. Ook omdat de jol in het aan de windse rak kaarsrecht door het water ging en dat geeft weer veel winst. In het voor de windse rak verloren we, maar dat viel met veel wind weer mee.
Bij beaufort 2 levert weinig gewicht een groot voordeel op. Als het water dan ook nog golvend is helemaal. Plastic jollen kunnen het gewicht ook nog heel laag aanbrengen. Het lateraalpunt komt zo lager te liggen en dat geeft winst in ruw water. Dus niet alleen het totaal gewicht is van belang, ook de plaats in het verticale vlak.
Moraal van het verhaal: een minimum totaalgewicht van 165kg zou goed staan in de Nederlandse regelgeving. Het voorkomt te heftige micro discussies over de gewichten van de diverse onderdelen, zoals roer en mast.
Jaap van Hasselt maakt zich vanuit Frankrijk sterk voor een gezamenlijke wedstrijd van moderne houten ITA jollen en klassieke houten NED jollen. Een sympathiek idee. Als de moderne houten ITA jollen verzwaard worden tot 165kg zijn de kansen weer redelijk gelijk. Twee jerrycans van 10ltr aan boord is zo gepiept. Als dan ook nog de moderne verstelmogelijkheden van ITA jollen worden afgeplakt kan er weer samen genoten worden van een eerlijke wedstrijd. De tijd zal leren of iedereen met een moderne houten jol daartoe bereid is.
De vraag van Marcel, heeft gewicht invloed op de prestaties? Jazeker. Vooral in ruime windse rakken, plane rakken, golvend water en weinig wind (bft 2) is het verschil aanzienlijk. Uit ervaring is dit gebleken. Een goede stuurman kan veel compenseren, maar niet alles. Vraag maar aan de autocoureur Max Verstappen in de formule 1 races.

zie ook een eerder artikel over dit onderwerp